applatenmaken.com/app-gidsen/kpi-dashboard

KPI-dashboard: de volledige gids

Een KPI-dashboard is maatwerk­software waarin een klein aantal prestatie-indicatoren staat waarop een team of een proces daadwerkelijk wordt bijgestuurd: de waarde, de afgesproken norm ernaast en een signaal zodra die norm uit beeld raakt. Het is bedoeld voor productie-, service-, sales- en logistieke teams die willen weten of ze op koers liggen terwijl het werk loopt, en niet pas bij de maandrapportage. Omdat een indicator gedrag stuurt, luistert de definitie nauw. Voor sommige indicatoren ligt die definitie al vast in een internationale norm, en zodra een KPI over medewerkers gaat, spelen de AVG en het instem­mingsrecht van de ondern­emingsraad mee.

In het kort

Wat een KPI-dashboard is en welk werk het ondersteunt

Vraag in een willekeurig bedrijf welke drie getallen bepalen of het goed gaat, en u krijgt zelden drie keer hetzelfde antwoord. Wel ligt er vrijwel altijd een rapport met tientallen cijfers. Een kritieke prestatie-indicator is precies het tegeno­vergestelde van zo'n lijst. Het is één getal waar iemand verant­woordelijk voor is, met een waarde die als goed genoeg geldt en een handeling die volgt zodra de werkelijkheid daar te ver vanaf raakt. Alles wat die drie elementen mist, is een cijfer en geen indicator.

Een KPI-dashboard maakt die handvol indicatoren zichtbaar op het ritme waarin het werk gebeurt. Op een servicedesk is dat de doorlooptijd van openstaande meldingen, ververst gedurende de dag. In een productielijn is dat de beschikbaarheid van machines per ploeg. In een salesteam is dat de conversie per fase van de pijplijn, per week. Naast elke waarde staat de norm, zodat het scherm geen kennisvraag beantwoordt maar een stuurvraag: liggen wij op koers, en zo nee, wat doen wij nu.

Dat maakt een KPI-dashboard iets anders dan het brede beeld waarmee een directie de hele organisatie overziet. Een KPI-dashboard hangt bij een team, gaat over één proces en wordt dagelijks of wekelijks gebruikt door de mensen die het resultaat beïnvloeden. De ontwerpvraag verschuift daarmee ook: niet welke bronnen kunnen wij samenbrengen, maar welk gedrag willen wij zien en welk getal roept dat gedrag op. Die vraag is inhoudelijk lastiger dan hij klinkt, en zij bepaalt of het dashboard iets verandert.

De kaders als een indicator over mensen of over verplichte cijfers gaat

Zodra een indicator prestaties van medewerkers zichtbaar maakt, verlaat u het terrein van vrije keuze. De Wet op de ondern­emingsraden geeft de ondern­emingsraad instem­mingsrecht bij een regeling op het gebied van de personeels­beoordeling en bij een belonings- of functie­waarderings­systeem. Gaan uw indicatoren meewegen in beoord­elings­gesprekken of in een bonus, dan raakt u die onderdelen rechtstreeks. Ook een voorziening die geschikt is voor controle op gedrag of prestaties valt onder het instem­mingsrecht, ongeacht of u haar zo bedoelt.

Daarnaast stelt de AVG een grens aan wat een score met iemand mag doen. Een besluit met rechtsgevolgen of vergelijkbare aanmerkelijke effecten mag in beginsel niet uitsluitend berusten op geauto­matiseerde verwerking. Het Algoritmekader van de overheid werkt uit wanneer daarvan sprake is en wat betekenisvolle menselijke tussenkomst inhoudt: iemand die bevoegd is, de gegevens werkelijk beoordeelt en tot een ander oordeel kan komen. Een dashboard dat medewerkers automatisch rangschikt en daar consequenties aan verbindt, komt in dat vaarwater terecht.

Voor de indicatoren zelf bestaan soms al vastgelegde definities. In de industrie beschrijft ISO 22400-2 de formules voor prestatie-indicatoren rond productie, waaronder de opbouw van de overall equipment effectiveness uit beschikbaarheid, prestatie en kwaliteit. Voor duurza­amheid­sindic­atoren leggen de Europese rappor­tagest­andaarden vast hoe een cijfer tot stand komt, zoals RVO over de CSRD beschrijft. Bestaat er zo'n definitie voor uw indicator, gebruik hem dan; het scheelt discussie en maakt vergelijking met anderen mogelijk.

ISO 22400-2formules voor prestatie-indicatoren in productie
Art. 22AVG: geen besluit uitsluitend op geauto­matiseerde verwerking
Art. 27WOR: instemming OR bij beoordeling en beloning
ESRSEuropese standaarden voor duurza­amheid­sindic­atoren
Let op: gaat u indicatoren gebruiken in beoordeling of beloning, leg de regeling dan vooraf voor aan uw ondern­emingsraad. artikel 27 van de Wet op de ondern­emingsraden noemt onder meer een regeling op het gebied van de personeels­beoordeling (onderdeel g) en een belonings- of functie­waarderings­systeem (onderdeel c) als besluiten waarvoor instemming nodig is. Ook een voorziening die geschikt is voor controle op prestaties (onderdeel l) valt eronder.
Datakwaliteit is niet alleen een praktisch probleem. Tot de beginselen van de AVG hoort het beginsel van juistheid: persoons­gegevens moeten juist zijn en waar nodig geactualiseerd, en onjuiste gegevens moeten worden gewist of gerectificeerd. Een indicator die op verouderde of dubbele registraties rust, is dus ook juridisch een aandachtspunt.

Kernfu­nction­aliteiten van een KPI-dashboard

De onderdelen hieronder lijken klein, maar samen bepalen ze of een indicator wordt vertrouwd en gevolgd. Merk op dat vier van de zes niets met visualisatie te maken hebben. Een KPI-dashboard onderscheidt zich niet door mooiere grafieken dan een gewoon rapport, maar doordat bij elk getal vastligt wat het betekent, wat de norm is, wie erover gaat en wat er gebeurt als de waarde eruit loopt.

Waarde naast norm

De actuele stand staat nooit alleen, maar altijd naast de streefwaarde en de bandbreedte die nog acceptabel is.

Trend en richting

Of het getal beter of slechter wordt, want een momentopname zonder verloop nodigt uit tot de verkeerde conclusie.

Definitiekaart per indicator

Bij elke KPI de formule, de teller, de noemer, de uitsluitingen, de bron, de peildatum en de eigenaar.

Leading naast lagging

Elke uitkom­stindicator gekoppeld aan de voorspellende indicator die erop vooruitloopt.

Drempels en signalen

Een melding zodra een waarde buiten de afgesproken bandbreedte komt, gericht aan wie er iets aan kan doen.

Doorklik naar de records

Vanaf het getal naar de onderliggende regels, zodat een afwijking te controleren is in plaats van te betwisten.

Wat er bewust niet bij hoort, is een uitgebreide analyseomgeving. Zodra u filters, draaitabellen en vrije selecties toevoegt, verandert het scherm van stuurinstrument in onderz­oeksge­reedschap en gaan gesprekken weer over de doorsnede in plaats van over de actie. Houd het aantal knoppen klein en verwijs voor diepgaande analyse naar een aparte omgeving. Een KPI-dashboard moet binnen enkele seconden te lezen zijn door iemand die er tussen twee taken door naar kijkt.

Dashboard met grafieken en meetwaarden
Een indicator is pas een KPI als er een norm bij staat en iemand handelt zodra die wordt overschreden. Foto: Software: Grafana LabsData: MetaBrainz Foundation and contri, via Wikimedia Commons (CC0).

Hoe het in de praktijk werkt

Een KPI-dashboard leeft in een kort en herhalend ritme. Aan het begin van een ploeg, een dag of een week staat het scherm op de wand of open op een tweede monitor, en een teamleider loopt de indicatoren in enkele minuten langs. Wat binnen de bandbreedte valt, krijgt geen aandacht. Wat eruit loopt, wordt benoemd en er wordt één ding afgesproken. Dat gesprek duurt kort juist doordat de normen vooraf zijn vastgelegd en niemand ter plekke hoeft te bepalen of een waarde acceptabel is.

De norm doet daarmee het meeste werk. Zonder norm blijft een getal ter interpretatie open en wint degene met het beste verhaal. Met een norm verschuift de vraag naar de oorzaak en de handeling. Belangrijk is dat een norm geen ambitie is die ooit is uitgesproken, maar een waarde waarvan het team gelooft dat zij haalbaar is; anders staat de indicator permanent op rood en went iedereen aan die kleur. Een indicator die altijd rood is, stuurt niets meer aan.

Het derde ritme is dat van het terugkijken. Elk kwartaal of halfjaar hoort iemand na te gaan of de indicatoren nog het gedrag opleveren dat u wilde. Soms blijkt een indicator gehaald te worden op een manier die het achterliggende doel schaadt, bijvoorbeeld doordat meldingen sneller worden afgesloten maar vaker terugkomen. Dan past u de definitie aan, voegt u een tegenindicator toe of haalt u de KPI weg. Indicatoren afvoeren is net zo belangrijk als indicatoren kiezen.

Waar het getal vandaan komt, waar het wordt berekend en hoe u alarmeert

De eerste technische vraag is banaal en vaak onderschat: waar komen teller en noemer vandaan. Bij een conver­sieper­centage komt het aantal gewonnen orders uit het CRM en het aantal aanvragen soms uit een formulier op de website of uit de telefo­oncentrale. Bij een lever­betrouwbaarheid komt de beloofde datum uit de order­administratie en de werkelijke datum uit het magazijnsysteem. Twee bronnen betekent twee tijdstempels, twee definities van een geldige regel en twee momenten waarop iets kan ontbreken.

Daarom hoort de berekening op één plek te staan en niet in elk scherm opnieuw. Wordt de formule in de rapportagelaag herhaald, dan ontstaan er varianten zodra iemand een filter net anders zet. Leg de definitie vast op een centrale plek, versioneer haar en registreer wanneer zij is gewijzigd. Anders verandert een grafiek met terugwerkende kracht en kan niemand verklaren waarom de indicator van vorig kwartaal er vandaag anders uitziet dan in de presentatie van destijds.

Alerting is het onderdeel dat het snelst misgaat. Een melding is pas nuttig met vier afspraken: bij welke drempel hij afgaat, naar wie hij gaat, welke handeling wordt verwacht en hoe vaak hij herhaald mag worden. Ontbreekt een daarvan, dan ontstaat er ruis en leert het team meldingen te negeren, ook de zeldzame die er wel toe doet. Stel drempels daarom liever te ruim in en verscherp ze pas als blijkt dat een signaal structureel tot actie leidt.

Tip: spreek per signaal af hoe lang het stil blijft nadat het is afgegaan. Zonder zo'n rustperiode stuurt één afwijkende meting tientallen berichten achter elkaar, en dat is de snelste manier om de alerting te laten uitzetten.
Bewerkscherm van een dashboard
De definitie achter een getal bepaalt of twee afdelingen hetzelfde cijfer zien. Foto: Telmo E Silva, via Wikimedia Commons (CC BY-SA 4.0).

Waar u op let als u een KPI-dashboard laat bouwen

De meeste KPI-dashboards mislukken niet op de techniek maar op de keuze van de indicatoren. Er verschijnt een scherm met alles wat toevallig meetbaar was, in plaats van met het weinige waarop iemand daadwerkelijk kan handelen. De tweede oorzaak is subtieler en komt later boven: een indicator wordt netjes gehaald, maar op een manier die het onderliggende doel juist ondermijnt. Wie een monteur afrekent op afgeronde werkorders, krijgt afgeronde werkorders en niet per se opgeloste storingen. De punten hieronder ondervangen beide risico's.

  • Kies weinig meters. Houd het per team bij ongeveer vijf indicatoren die er echt toe doen. Elke extra meter verdunt de aandacht, en op een vol scherm staat altijd iets op groen waar iemand zich achter kan verschuilen wanneer het ergens anders misgaat.
  • Schrijf de definitie uit vóórdat er gebouwd wordt. Leg per indicator vast wat de teller is, wat de noemer, welke gevallen niet meetellen, op welk moment wordt gemeten en in welke eenheid. Die tekst is even belangrijk als de code en hoort bij het dashboard te blijven staan.
  • Zet een leading indicator naast elke lagging indicator. Een omzetcijfer of een klantt­evredenheid vertelt u pas achteraf hoe het ging. Zet daar een voorspellende maat naast, zoals het aantal offertes in behandeling of de wachttijd voor een eerste reactie, waarop u vandaag nog kunt ingrijpen.
  • Onderbouw de norm. Baseer een streefwaarde op eigen historie, op een contractuele afspraak of op een gepubliceerde norm, en schrijf op waarop hij rust. Een getal dat ooit in een vergadering is genoemd, houdt geen stand zodra het team er de eerste keer niet aan voldoet.
  • Toets de indicator op ongewenst gedrag. Bedenk vooraf hoe iemand deze KPI zou kunnen halen zonder het doel te dienen. Kan dat eenvoudig, voeg dan een tegenindicator toe die de keerzijde meet, zodat snelheid niet ten koste van kwaliteit gaat en omgekeerd.
  • Los datakwaliteit op bij de bron. Corrigeer ontbrekende velden, dubbele registraties en afwijkende codes in het systeem waar ze ontstaan, niet in een rekenregel in het dashboard. Een correctie in de rapportagelaag verbergt het probleem en breekt bij de eerstvolgende wijziging.

Wat de kosten van een KPI-dashboard bepaalt

Bij een KPI-dashboard zit het geld zelden in het aantal schermen. Het zit in de indicatoren zelf: hoe ingewikkeld zij te berekenen zijn en hoe betrouwbaar de gegevens eronder al zijn. Twee dashboards met evenveel tegels kunnen daardoor ver uiteenlopen in bouwtijd, terwijl ze op het oog hetzelfde doen. Het helpt om te weten welke keuzes dat verschil veroorzaken, omdat u er zelf op kunt sturen bij het samenstellen van een eerste set.

De zwaarste factor is de staat van de brongegevens. Als de teller en de noemer uit verschillende systemen komen die elkaars sleutels niet kennen, moet er eerst worden gekoppeld en opgeschoond voordat er iets te berekenen valt. Ontbrekende registraties, handmatige uitzonderingen en velden die per afdeling anders worden ingevuld, zijn stuk voor stuk werk dat vooraan in het traject zit en dat u niet kunt overslaan zonder de indicator waardeloos te maken.

Daarna wegen de complexiteit van de formules, het aantal niveaus waarop u wilt kunnen kijken en de alerting mee. Een indicator per organisatie is eenvoudig, dezelfde indicator per team, per vestiging en per productgroep vraagt dat elke uitsluiting op elk niveau klopt. Alerting voegt regels, kanalen en beheer toe. Tot slot kost het vastleggen en versioneren van definities eigen werk. Wij noemen op deze pagina geen tarieven; in een gesprek bepalen we samen welke eerste set indicatoren logisch is en wat daarvoor een realistisch budget is.

Stappenplan van los cijfer naar gestuurde indicator

Een KPI-dashboard laten bouwen begint niet met software maar met een gesprek over gedrag. Pas als vaststaat welke handeling u vaker wilt zien, wordt duidelijk welk getal die handeling oproept en wie daarvoor aan de lat staat. Dit stappenplan houdt die volgorde aan. Het voorkomt dat u achteraf indicatoren moet uitleggen die niemand heeft besteld, en het legt het lastige werk, het kiezen en definiëren, bewust voor de bouw in plaats van erna.

  1. Benoem het gedrag dat u wilt zienBeschrijf per team welke beslissing beter of sneller moet worden genomen. Werk van daaruit terug naar het getal dat die beslissing zou uitlokken, in plaats van te beginnen bij wat toevallig meetbaar is.
  2. Kies een korte lijst indicatorenSelecteer per team ongeveer vijf indicatoren en koppel aan elke uitkomstmaat een voorspellende maat. Schrap alles waarvan niemand kan zeggen welke handeling erop volgt.
  3. Schrijf de definities uit en laat ze bevestigenLeg teller, noemer, uitsluitingen, peilmoment en eenheid vast en laat elke betrokken afdeling die tekst bevestigen. Verschillen die hier opduiken, zijn later veel duurder om op te lossen.
  4. Bepaal normen en drempelsStel per indicator vast welke waarde goed genoeg is, welke bandbreedte acceptabel blijft en bij welke afwijking er een signaal hoort. Noteer waarop elke norm is gebaseerd.
  5. Meet eerst de datakwaliteitBereken elke indicator een periode lang zonder hem te publiceren en vergelijk de uitkomst met wat het team zelf weet. Gaten en afwijkingen lost u op in het bronsysteem voordat het scherm meetelt.
  6. Publiceer, gebruik en evalueerNeem het dashboard op in een bestaand werkoverleg en spreek af wie er wanneer naar kijkt. Beoordeel na enkele maanden welke indicatoren tot actie hebben geleid en haal de rest weg.

Veelgestelde vragen

Hoeveel KPI's horen er op één dashboard?

Minder dan de meeste organisaties denken. Voor één team werken ongeveer vijf indicatoren goed: genoeg om verschillende kanten van het werk te dekken, weinig genoeg om ze allemaal te onthouden. Boven de tien verdwijnt de sturende werking, omdat er altijd wel iets binnen de norm valt waar iemand naar kan wijzen. Wilt u meer meten, doe dat dan in een aparte analyseomgeving en houd het dashboard beperkt tot de indicatoren waar een afgesproken handeling aan hangt. Voegt u er een toe, haal er dan bij voorkeur ook een weg.

Wat is het verschil tussen een leading en een lagging indicator?

Een lagging indicator meet het resultaat en is pas bekend als het gebeurd is: gerealiseerde omzet, klantt­evredenheid over de afgelopen maand, uitval in de productie. Een leading indicator meet iets dat aan dat resultaat voorafgaat en waarop u vandaag nog kunt ingrijpen: het aantal offertes in behandeling, de wachttijd voor een eerste reactie, het aantal uitgestelde onderh­oudsbeurten. Stuurt u alleen op lagging indicatoren, dan constateert u steeds achteraf. De combinatie werkt het beste: de leading indicator om bij te sturen, de lagging indicator om te toetsen of het bijsturen hielp.

Hoe zorgen we dat twee afdelingen hetzelfde getal zien?

Door de indicator schriftelijk te definiëren voordat er iets wordt gebouwd. Leg vast wat er in de teller zit, wat in de noemer, welke gevallen niet meetellen, op welk moment wordt gemeten en in welke eenheid. Zet daarna de berekening op één centrale plek in plaats van in elk rapport opnieuw, en versioneer die definitie zodat een wijziging herleidbaar is. Bestaat er een gepubliceerde definitie voor uw indicator, bijvoorbeeld in een norm voor productie-KPI's, sluit daar dan bij aan. Dat scheelt discussie en maakt vergelijking met andere organisaties mogelijk.

Hoe bepalen we een streefwaarde als we geen historie hebben?

Begin dan met meten zonder norm. Laat de indicator een periode meelopen, bekijk de spreiding en stel pas daarna een waarde vast die haalbaar is en toch iets vraagt. Alternatieven zijn een contractuele afspraak, een wettelijke of contractuele levertermijn, of een gepubliceerde norm binnen uw sector. Wat u beter niet doet, is een rond getal kiezen omdat het goed klinkt. Een norm die structureel niet gehaald wordt, verliest zijn werking zodra niemand er nog van opkijkt, en een norm die altijd ruim wordt gehaald, verandert niets aan het werk.

Mag een KPI meewegen in de beoordeling van medewerkers?

Dat kan, maar er zitten voorwaarden aan. Artikel 27 van de Wet op de ondern­emingsraden geeft de ondern­emingsraad instem­mingsrecht bij een regeling op het gebied van personeels­beoordeling en bij een belonings- of functie­waarderings­systeem, dus die regeling legt u vooraf voor. Daarnaast mag een besluit met aanmerkelijke gevolgen voor iemand in beginsel niet uitsluitend op geauto­matiseerde verwerking rusten: er hoort een bevoegd persoon te zijn die de uitkomst werkelijk beoordeelt en tot een ander oordeel kan komen. Een automatische rangschikking met directe consequenties is daarmee niet houdbaar.

Wanneer is alerting zinvol en wanneer wordt het ruis?

Alerting is zinvol als een afwijking om een handeling vraagt die niet tot het volgende overleg kan wachten, en als vaststaat wie die handeling doet. Leg daarom per signaal vier dingen vast: de drempel, de ontvanger, de verwachte actie en een rustperiode waarin het signaal niet opnieuw afgaat. Ontbreekt een van die vier, dan leert het team meldingen weg te klikken en verliest u ook de zeldzame melding die er wel toe doet. Begin liever met ruime drempels op enkele indicatoren en verscherp ze pas als blijkt dat het signaal steeds tot actie leidt.

Wat bepaalt de kosten van een maatwerk KPI-dashboard?

Vooral de staat van de gegevens onder de indicatoren. Komen teller en noemer uit systemen die elkaars sleutels niet kennen, dan gaat er werk zitten in koppelen en opschonen voordat er iets te berekenen valt. Daarnaast wegen de complexiteit van de formules mee, het aantal niveaus waarop u wilt kunnen kijken, en de alerting met de regels en kanalen die daarbij horen. Ook het vastleggen en versioneren van definities kost eigen werk. In een vrijblijvend gesprek bepalen we samen welke eerste set indicatoren voor uw situatie logisch is en wat daarvoor een realistisch budget is.

Verder lezen

Ook interessant