applatenmaken.com/NL/SfB-codering koppelen

NL/SfB-codering koppelen aan uw eigen systemen

NL/SfB is bedoeld om één taal te geven aan bouwdelen, van ontwerp tot beheer. In de praktijk stopt die taal meestal bij de oplevering: het model is netjes gecodeerd, de calculatie gebruikt eigen artikelgroepen en het beheersysteem weer een andere indeling. Daarmee vervalt precies de winst waarvoor de codering bestaat.

Waar dit om draait

NL/SfB is de Nederlandse versie van de internationale SfB-classificatie en de standaard voor het classificeren van elementen, materialen en detailleringen in de bouw. In BIM- en CAD-modellen wordt doorgaans de viercijferige codering gebruikt; de indeling volgt uit de elementenmethode en de clustering sluit aan op de calculatienormering.

De belofte is dat informatie eenduidig beschikbaar blijft van ontwerp tot beheer. Die belofte wordt waar zolang elke schakel dezelfde code gebruikt. Het moment waarop het misgaat, is bijna altijd de overgang naar een systeem dat zijn eigen indeling hanteert en waarbij iemand handmatig vertaalt.

Waar de codering onderweg verdwijnt

De keten lijkt op papier gesloten. Dit zijn de punten waarop de code in de praktijk verloren gaat.

  • Bij de export uit het model, als de code niet als eigenschap meekomt.
  • In de calculatie, waar met eigen artikelgroepen wordt gerekend.
  • Bij inkoop, omdat leveranciers hun eigen artikelnummers hanteren.
  • Bij oplevering, wanneer het dossier per ruimte in plaats van per element is opgebouwd.
  • In beheer, waar de onderhoudsindeling losstaat van de bouwkundige indeling.
  • Bij een verbouwing, wanneer niemand meer weet welke code bij welk deel hoorde.

Waarom een vertaaltabel beter werkt dan één indeling

De reflex is om alle systemen op NL/SfB te zetten. Dat werkt zelden, omdat calculatie, inkoop en beheer elk een indeling hebben die om een andere reden bestaat en die hun gebruikers kennen. Wie die indelingen vervangt, wint eenduidigheid en verliest bruikbaarheid.

Wat wel werkt is een vertaaltabel die de codering aan uw eigen indelingen koppelt en die zichtbaar is in plaats van verstopt in een export. Dan blijft elke afdeling in zijn eigen taal werken en is de relatie tussen die talen expliciet en aanpasbaar.

Wij bouwen die tabel en de koppelingen eromheen. De codering komt uit het model, gaat door naar de systemen die u gebruikt, en blijft aan het element hangen ook als een afdeling er zijn eigen nummer aan geeft.

Automatisch coderen aan de modelkant

Aan de voorkant is er de laatste jaren iets veranderd. Ketenstandaard en VolkerWessels ontwikkelden een methode die via de buildingSMART Data Dictionary de codering automatisch aan BIM-objecten koppelt, met een plugin die vrij beschikbaar is voor Revit.

Wat die ontwikkeling niet oplost, is de bestaande voorraad. Modellen van projecten uit eerdere jaren zijn gecodeerd zoals het toen ging, soms half en soms met een eigen variant. Wie zijn beheerdossier op de codering wil bouwen, moet daar een keuze maken: alsnog coderen, of accepteren dat oudere panden buiten de structuur vallen. Dat is een beslissing over ambitie en niet over techniek.

Dat lost het invoerprobleem grotendeels op en verplaatst de opgave naar waar wij aan werken: zorgen dat de code die daar is toegekend, ook in uw calculatie, inkoop en beheer terechtkomt. Het is dus zinvol om die twee te scheiden: coderen doet u in het model, doorgeven is een koppelvraagstuk.

Integraties en techniek

De bron is doorgaans een IFC-export of een directe uitlezing uit het modelleerpakket. Daarna gaat het naar de systemen waarin gerekend, ingekocht en beheerd wordt, elk met een eigen koppeling en een eigen deel van de vertaaltabel.

Beheert u het gebouw daarna zelf, dan sluit dit aan op asset management software, en de conditie per element loopt via NEN 2767-conditiemetingen. Hoe koppelingen in het algemeen werken staat op systemen koppelen met een api.

Waar u op let

Let op het detailniveau. Twee cijfers zijn snel ingevuld en te grof om mee te calculeren; vier cijfers geven de aansluiting die u wilt en vragen discipline in het model. Kies dat niveau vooraf en per projectsoort, want halverwege wisselen levert een reeks op die niet vergelijkbaar is.

Let ook op wie de codering aanbrengt. Als dat de modelleur is die per project wisselt, ontstaan er verschillen die u pas in de calculatie ziet. Een vaste afspraak en een controle bij de export kosten weinig en voorkomen een correctieronde per project.

Wat de kosten bepalen

Het aantal systemen dat u aan elkaar wilt knopen weegt het zwaarst. Eén koppeling van model naar calculatie is overzichtelijk; model, calculatie, inkoop en beheer tegelijk is een keten met evenveel vertaaltabellen als schakels.

Daarnaast telt de staat van uw huidige indelingen. Bestaat er per systeem een nette structuur, dan is de vertaling een tabel. Is die structuur historisch gegroeid en nergens vastgelegd, dan is het opschonen ervan het echte project.

Hoe wij het aanpakken

  1. We kiezen het detailniveau van de codering en leggen dat per projectsoort vast.
  2. We brengen per systeem de bestaande indeling in kaart en maken de vertaaltabel.
  3. We bouwen de eerste koppeling, van model naar het systeem waar de meeste winst zit.
  4. We voegen de overige systemen toe, met een controle bij de export per project.
  5. We dragen de tabel over aan uw eigen beheerders, zodat u hem zelf kunt aanpassen.

Veelgestelde vragen

Moeten we alles op NL/SfB overzetten?

Dat raden we af. Calculatie, inkoop en beheer hebben elk een indeling die om een reden bestaat en die hun gebruikers kennen. Wat wel werkt is een vertaaltabel tussen de codering en die eigen indelingen, zodat elke afdeling in zijn eigen taal blijft werken en de relatie ertussen expliciet is.

Twee of vier cijfers?

In BIM wordt doorgaans de viercijferige codering gebruikt, en dat is ook het niveau waarop de aansluiting met calculatie zinvol wordt. Twee cijfers zijn sneller ingevuld en te grof om mee te rekenen. Kies het niveau vooraf en per projectsoort; halverwege wisselen levert een reeks op die niet vergelijkbaar is.

Kan de codering automatisch worden toegekend?

Aan de modelkant bestaat daar inmiddels een route voor, waarbij coderingen via de buildingSMART Data Dictionary aan objecten worden gekoppeld, met een vrij beschikbare plugin voor Revit. Dat lost het invullen op. Het doorgeven aan uw andere systemen is een aparte vraag en daar bouwen wij aan.

Werkt dit met IFC?

Meestal wel, mits de codering als eigenschap in de export meekomt. Dat is de eerste controle die we doen, want een export waarin het veld leeg blijft, ziet er verder normaal uit en levert pas verderop in de keten een probleem op. Wij toetsen dat op een echt model voordat we verder bouwen.

Wat als leveranciers hun eigen artikelnummers gebruiken?

Dat blijven ze doen en dat hoeft geen probleem te zijn. In de vertaaltabel komt hun nummer naast de codering te staan, zodat een besteld artikel herleidbaar is tot het bouwdeel waarvoor het bedoeld was. Zonder die koppeling is nacalculatie per element een schatting.

Van wie is de software na oplevering?

Van u. Code en omgeving staan op uw naam, zodat u niet vastzit aan een leverancier voor elke wijziging.

Verder lezen