applatenmaken.com/NEN 2767-conditiemeting koppelen
NEN 2767-conditiemetingen koppelen aan uw beheersysteem
Een conditiemeting levert een cijfer per bouwdeel op, en dat cijfer belandt meestal in een pdf. Daarmee kunt u het lezen maar er niet mee rekenen. Zodra u wilt sturen op de vraag welk gebrek het budget van volgend jaar bepaalt, heeft u de onderliggende waarnemingen nodig en niet de samenvatting.
Waar dit om draait
NEN 2767 is de norm voor conditiemeting van gebouwen, infrastructuur en andere beheerde objecten. Deel 1 legt de methodiek vast, deel 2 bevat de gebrekenlijsten voor de belangrijkste bouw- en installatiedelen. De conditiescore loopt van 1 voor de best mogelijke conditie tot 6 voor de slechtste.
Dat cijfer is geen indruk maar een uitkomst. Per gebrek legt de inspecteur drie dingen vast: de ernst, de intensiteit en de omvang. Uit die drie volgt de score. Wie alleen de score overneemt, gooit de reden weg, en juist de reden bepaalt of iets volgend jaar moet gebeuren of over vijf jaar.
Wat er uit een meting moet komen
Om te kunnen sturen heeft u per waarneming meer nodig dan een getal. De gegevens hieronder zijn wat een beheersysteem moet kunnen opnemen.
- Het object en het bouwdeel waar de waarneming over gaat, herleidbaar tot uw eigen indeling.
- Het gebrek zelf, gekozen uit de gebrekenlijst en niet vrij ingetypt.
- Ernst, intensiteit en omvang als aparte waarden, niet alleen de uitkomst.
- De conditiescore die daaruit volgt, met de versie van de methodiek waarmee is gerekend.
- Datum, inspecteur en het beeld dat bij de waarneming hoort.
- De vertaling naar een maatregel met een jaartal, want daar begint uw begroting.
Waarom een pdf hier tekortschiet
Een inspectiebureau levert doorgaans een rapport en soms een spreadsheet. Zolang dat de enige vorm is, kunt u niet vergelijken tussen jaren, niet optellen over een portefeuille en niet zien welk gebrek bij meerdere panden terugkomt. Elke vraag die verder gaat dan één pand, wordt dan handwerk.
Er speelt bovendien een praktisch probleem met de bouwdeelindeling. Het bureau hanteert zijn eigen elementenstructuur en u de uwe. Zonder een vertaaltabel daartussen landt de waarneming bij het verkeerde onderdeel, of nergens, en dat merkt u pas als de cijfers niet blijken te kloppen.
Wij bouwen de koppeling en die vertaaltabel. De metingen komen binnen zoals het bureau ze aanlevert, worden omgezet naar uw indeling en komen terecht in het systeem waarin u uw meerjarenonderhoud al beheert.
Van score naar begroting
De stap die het meeste oplevert, is niet het inlezen maar het doorrekenen. Zodra ernst, intensiteit en omvang per gebrek vastliggen, kunt u scenario's maken: wat gebeurt er met de conditie als u een maatregel drie jaar uitstelt, en wat kost dat later.
Wat daarbij helpt is een tweede meting naast de conditie: hoe vaak een gebrek terugkomt. Een kozijn dat elke inspectie op dezelfde score staat, is stabiel; een kozijn dat in drie jaar van twee naar vier zakt, vraagt eerder aandacht dan zijn huidige score suggereert. Die beweging ziet u alleen als de onderliggende waarnemingen per jaar bewaard blijven en niet worden overschreven door de nieuwste meting.
Dat is ook waar de norm ophoudt en uw beleid begint. NEN 2767 zegt wat de conditie is, niet welke conditie u acceptabel vindt. Die ondergrens per objecttype legt u zelf vast, en wij bouwen het systeem zo dat u haar kunt wijzigen zonder dat er een ontwikkelaar aan te pas komt.
Integraties en techniek
Aan de ene kant staat de inspectiepartij, aan de andere kant uw beheersysteem. De aanlevering komt in de praktijk als export uit het pakket van het bureau, soms via een koppeling en soms als bestand. Wij lezen in wat er komt en normaliseren het naar één model met de drie parameters intact.
Aan uw kant koppelen we met wat u heeft: een onderhoudspakket, een vastgoedsysteem of een eigen omgeving. Beheert u ook uw assets breder, dan sluit dit aan op asset management software. Hoe koppelingen in het algemeen werken staat op systemen koppelen met een api.
Waar u op let
Let op de gebrekenlijst. Die is herzien en sluit nu beter aan op de methodiek uit deel 1, maar dat betekent ook dat metingen van verschillende jaren niet vanzelfsprekend vergelijkbaar zijn. Leg per meting vast met welke versie is gewerkt, anders trekt u over vijf jaar conclusies uit een reeks die niet één reeks is.
Let ook op wie de meting doet. Twee inspecteurs kunnen dezelfde scheur anders scoren, en dat verschil valt weg zodra u alleen de conditiescore bewaart. Met ernst, intensiteit en omvang eronder is het verschil tenminste zichtbaar en bespreekbaar.
Wat de kosten bepalen
De vertaaltabel tussen de elementenstructuur van uw inspectiepartij en die van uzelf is het werk dat het vaakst wordt onderschat. Werkt u met meerdere bureaus, dan is dat niet één tabel maar één per bureau.
Daarnaast bepaalt het aan uw kant of er een systeem is om aan te koppelen. Bestaat dat, dan is dit een integratie; bestaat het niet, dan bouwt u er tegelijk een beheeromgeving bij en dat is een ander soort project.
Hoe wij het aanpakken
- We nemen één recent inspectierapport en leggen naast uw eigen indeling wat er in staat.
- We maken de vertaaltabel tussen beide structuren en toetsen die op dat rapport.
- We bouwen het inlezen met ernst, intensiteit en omvang als aparte velden.
- Daarna de koppeling naar uw beheersysteem en de weergave per object.
- Pas als dat staat, bouwen we het doorrekenen van uitstelscenario's.
Veelgestelde vragen
Kunnen we metingen van verschillende bureaus samenvoegen?
Ja, mits er per bureau een vertaaltabel ligt naar uw eigen elementenindeling. Dat is precies het werk dat wordt onderschat: de norm is gelijk, de manier waarop bureaus hun bouwdelen indelen niet altijd. Zonder die vertaling stapelt u cijfers die over verschillende dingen gaan.
Wat is het verschil tussen conditiescore en onderhoudsscore?
De conditiescore beschrijft de technische staat op het moment van meten. Wat u daarmee doet, is een beleidskeuze: welke conditie vindt u acceptabel voor welk type object. Die ondergrens staat niet in de norm en legt u zelf vast. Wij bouwen het systeem zo dat u die grens kunt wijzigen zonder ontwikkelaar.
Moeten we de gebrekenlijst zelf onderhouden?
Nee, die komt uit de norm. Wat u wel bijhoudt, is met welke versie een meting is gedaan, zodat oude metingen leesbaar blijven tegen de lijst die toen gold. Zonder dat vergelijkt u over een paar jaar appels met peren zonder dat iemand het merkt.
Kunnen we onze inspecteurs zelf laten registreren?
Dat kan en het scheelt een vertaalslag, maar het vraagt wel dat zij op locatie werken met de gebrekenlijst en de drie parameters. In de praktijk betekent dat een app die offline werkt, want in een kruipruimte of op een dak is er geen bereik. Dat is een ander project dan alleen de koppeling.
Werkt dit ook voor infrastructuur en niet alleen gebouwen?
Ja, de norm is daar ook op gericht. Wat verschilt is de elementenindeling en de gebrekenlijst die u gebruikt. De opzet van de koppeling blijft hetzelfde: waarnemingen met ernst, intensiteit en omvang, vertaald naar uw eigen structuur.
Van wie is de software na oplevering?
Van u. Code en omgeving staan op uw naam, zodat u niet vastzit aan een leverancier voor elke wijziging.